In Bionieuws (25 oktober 2014) vertelt Wim Knol, teamleider ecologie bij de Koninklijke Jagersverenging in Apeldoorn, dat de kloof tussen jagers en natuurvrienden niet zo groot is. ‘Jagen is een passie, zoals vogels kijken ook een passie is.’ Volgens Knol benutten jagers de natuur vooral. ‘Van een volle appelboom mag je best wat vruchten plukken.’ Jagers zijn eigenlijk nobele mensen die heel veel vrije tijd steken in de jacht, vaak zonder resultaat want je vangt vaker bot dan een hert. Knol: ‘Op zo’n hoogzit krijg je na drie uur hele koude voeten.’

Als vegetariër ben ik niet tegen jacht of vlees eten. Wel vind ik het een goed idee wanneer iedere Nederlander die vlees eet minimaal één koe of varken slacht, dan weet je een beetje hoe dat gaat. Ik vind jagers die hun eigen eend schieten niet beter of slechter dan iemand die een stuk eend uit het supermarktschap vist.

Waar ik wel een beetje moe van word, is dat verhaal van jagers dat ze wild beheren. Dat is kolder. Neem de Veluwe. Op de Veluwe hoef je geen zwijnen of herten te beheren. Laat die dieren lekker lopen en ze regelen het onderling vanzelf. Maar jagers willen niet een paar jaar hun geweer te laten zwijgen om de wildstand op natuurlijke wijze te laten herstellen. Want als de natuur de natuur beheert, dan kan de mens de natuur niet beheren.

Voormalig wildonderzoeker Geert Groot Bruinderink (die zelf ook jaagt) noemde de Veluwe eens ‘de grootste schiettent van Europa’. Hij vond het bizar dat de mensen die wild tellen (jagers) ook het afschotplan maken en vervolgens dat plan mogen uitvoeren. Geef toe, het klinkt eng.

Knol zegt in het interview ook dat jagen de aard is van mensen. ‘Als we twee weken zonder gas en elektriciteit zitten, is iedereen weer jager-verzamelaar.’ Daarin heeft hij heeft groot gelijk. Als we tijdens oud en nieuw winkels plunderen voor een t.v. of tablet, dan plunderen we zeker onze bossen wanneer we honger hebben. De gevaarlijkste jager is een jager met een lege maag.

 

Terug naar Portfolio “Edelherten”